Scroll to top

 

Het mooiste plekje van Twente, of zelfs van Nederland. Althans, dat vinden wij hè. Landgoed de kromme rugge is een landgoed dat gerangschikt is volgens de Natuurschoonwet (NSW). Dit betekent dat we de verplichting hebben om het natuurschoon op ons landgoed in stand te houden. Dat is niet zo moeilijk, als je er zoveel van houdt als dat wij doen! Kijk maar eens bij flora en fauna hoe mooi het op ons landgoed is…

Het landgoed, met het huis ontworpen door Hein Salomonson en de tuin door Jan Bijhouwer (die ook tekende voor het ontwerp van de tuin rondom het Kröller-Müller museum) is wel heel bijzonder te noemen. Er staan tal van boom- en plantensoorten op het landgoed, zoals bomen met luchtwortels en wilde orchideeën.

 

Stichting Cultureel Erfgoed Enschede zegt over landgoed de kromme rugge:
“Het landgoed beslaat een oppervlakte van 5.08.15 hectare met op het landgoed een uniek landhuis. Dit exclusieve en volwassen landgoed (niet opengesteld) is gerangschikt onder de Natuurschoonwet 1928 en dateert uit 1956. De ontwikkeling is destijds gedaan in opdracht van en voor de toenmalige president-directeur van de Koninklijke Nederlandse Zoutindustrie, de heer Mourik-Broekman. De bekende architecten Jan T.P Bijhouwer (tuin- en landschapsarchitect) en Hein Salomonson tekenden voor het ontwerp.
Het landhuis, gesitueerd op een plaats in het landschap waar bos, weiland en een verhoogde oude es elkaar ontmoeten, is één van de meest bekende huizen geworden van architect Hein Salomonson. De huizen van Salomonson behoren met hun complexe eenvoud tot de hoogtepunten van de Nederlandse particuliere architectuur van de jaren vijftig.”

 

Op bonas.nl (Kennisportaal voor Nederlandse architectuur en stedenbouw) kun je het volgende lezen over het huis:

Landhuis in opdracht van ir. H.M. van Mourik Broekman, president-directeur van de Koninklijke Nederlandse Zoutindustrie (KNZ), en mevrouw Van Mourik Broekman-van Loghem, een dochter van architect J.B. van Loghem. Het huis werd gefinancierd door de KNZ. Salomonson werkte bij deze opdracht samen met tuinarchitect prof. dr. ir. J.T.P. Bijhouwer voor de inpassing van het huis in het landschap en de tuinaanleg. Het huis is gelegen in een 4.5 ha groot natuurterrein met diverse vijverpartijen en een oude es (een verhoogde akker). Naast de ingang van het terrein werd een vijver gegraven om grond te winnen die noodzakelijk was voor de enigszins verhoogde ligging van het huis naast de es. Typerend voor Salomonson is de open relatie met het landschap, het denken vanuit de plattegrond, de variatie in materiaalgebruik en de zorgvuldige afwerking van het interieur. Een eerste schetsontwerp werd gemaakt in oktober 1954. In maart 1955 was het bestek gereed. De commissarissen van de KNZ gingen echter niet akkoord met de bouwkosten en in april werd een gewijzigd ontwerp gemaakt. Aantekening van Salomonson: ‘Poging tot gunning werd blamage. Eerst rekenen, dan tekenen.’ Documentatie van het eerste plan is niet bewaard. Het tweede bestek was gereed in mei 1955 toen ook de bouw kon beginnen. Aantekening van Salomonson bij de oplevering op 24 april 1956: ‘Huis van Mourik Broekman rustig bewoond. Een gaaf en gelukkig huis.
Aantekening van Salomonson omstreeks 1986: “Dit huis is gesitueerd op een plaats in het landschap waar bos, weiland en een verhoogde akker elkaar ontmoeten. Met de landschapsarchitect prof. J. Bijhouwer hebben we de inpassing en de aanleg om het huis ontworpen. Tijdens de voorbereiding werkte ik met de vrouw des huizes, Pit van Mourik Broekman, dochter van de architect J.B. van Loghem. Zij studeerde enkele jaren aan de TH en heeft een aktieve belangstelling voor architectuur behouden en in de praktijk gebracht. Haar echtgenoot, ir. Van Mourik Broekman meende over de architectenkeuze “als het dan een modern huis moet worden, lijkt mij Salomonson de minst erge”. Later heeft hij mij, bij herhaling, zijn vertrouwen geschonken. Het werd een huis met een duidelijke thuiskomstwaarde.” Nu, na 25 jaar, is goed te zien hoe het door de bewoners is gekoesterd.
De vorm van het huis wordt bepaald door blokvormige volumes met op de eerste etage een opbouw (met daarin de hoofdslaapkamer). Typerend zijn ook de lessenaarsdaken en de grote glazen puien. Het huis is opgetrokken in wit gesausde bakstenen spouwmuren en wit en grijs geverfd houtwerk. De opbouw is bekleed met een beschieting in redwood. De plattegrond van het huis vormt een T met in de lange poot twee slaapvertrekken en een werkkamer. De vorm van de plattegrond ontstond uit de behoefte vanuit meerdere plaatsen de verschillende landschappen te overzien. Tegen de oksels van de T zijn de hal, het trappenhuis en de eetkeuken geplaatst, open naar het terras. De grote eetkeuken met kookeiland was een wens van de opdrachtgeefster. In de woonkamer zijn de balken van het lessenaarsdak in het zicht gelaten. De garage is met een arm (een pergola) aan het huis verbonden. De binnenkomst van het huis wordt via deze arm geleid.
Kenmerkend is de gedetailleerde afwerking van het interieur (kastenwanden, meubilair, verlichting). In 1960 ontwierp Salomonson een vrijstaand atelier op het terrein dat later werd uitgebreid tot gastenverblijf. Salomonson zou nog verschillende opdrachten uitvoeren voor de Nederlandse Zoutindustrie (Akzo).”